Magazine Sax, 5 maart 2006
Onbegrepen ziektes: RSI, CVS en burnout
RSI, CVS en burnout. Wie hebben er last van, en wat is het ziektebeeld eigenlijk? Gaat het om modekwalen of hebben deze onbegrepen ziektes wel degelijk bestaansrecht? Deskundigen leggen het uit.
Door Steven de Jong
RSI, voluit Repetive Strain Injury, is een aandoening waar 3,2 miljoen werkenden volgens TNO Arbeid last van hebben. Het betreft niet alleen maar beeldschermwerkers. Ook lassers, musici en mensen achter de lopende band hebben er last van. En kappers, maar liefst 49 procent.
RSI: het symptoom kent de oorzaak niet
RSI is dus meer dan een 'muisarm'. "Het is absoluut geen beeldschermklacht", verduidelijkte osteopaat Jules de Kort op Saxion Hogescholen in Deventer tijdens een lezing georganiseerd door Studium Generale. De alternatief genezer spreekt liever van CANS (Complaints of Arm, Neck and Shoulder). "RSI als zodanig bestaat niet, maar is te beschouwen als compensatieverlies." Compensatieverlies treedt volgens hem op als het lichaam niet in staat blijkt zichzelf te herstellen. De Kort onderzoekt zijn patiënten dan ook op de beweeglijkheid van hun lichaamsweefsels, en kijkt op de tweede plaats pas naar houdingscorrectie. Zo bleken de nek- en schouderklachten van één van zijn patiënten verband te houden met een fietsongelukje van 40 jaar geleden. Ook let hij op iemands eet- en leefstijl. “Als je op een avond anderhalve liter koffie drinkt, vraag je om problemen.”
TNO-onderzoeker Kiem Thé, de andere spreker op de bijeenkomst, gelooft ook niet dat het alleen aan de stoeltjes en tafeltjes ligt. In verwijzing naar het onderzoek van haar collega Swenneke van den Heuvel wijst ze op de psychosociale oorzaken: hoge taakeisen, weinig steun van de collega’s, overmatige betrokkenheid bij het werk, weinig pauzes nemen. "Deze factoren kunnen een volledig zelfstandige rol spelen in de ontwikkeling van RSI."
CVS: het chronisch vermoeidheidssyndroom
Dertigduizend mensen hebben er last van. Maar net als RSI en burnout, wordt het maar moeilijk als zelfstandig ziektebeeld erkend. We hebben het over CVS, ofwel het chronisch vermoeidheidssyndroom.
Professor Boudewijn van Houdenhove liet in een lezing van Studium Generale op 16 februari zijn licht schijnen over de onbegrepen ziekte. Hij legde uit dat het bij CVS in hoofdzaak gaat om een klinisch vastgestelde, onverklaarbare, voortdurende of steeds weerkerende vermoeidheid of uitputting die zes maanden of langer duurt. De vermoeidheidsklachten gaan gepaard met pijn, slaap- en concentratieklachten. Bij mensen die aan deze syndromen lijden, wordt meestal geen lichamelijke verklaring gevonden.
Ondanks de nevel waarin CVS gehuld is, zegt Van Houdenhove het etiket CVS "wel nuttig" te vinden. De patiënt wenst een diagnose-label, aldus de psychiater. Aan de hand van voorbeelden maakt Van Houdenhove duidelijk dat bij CVS ook psychosociale factoren meespelen. Bijvoorbeeld een posttraumatische ervaring, een moeilijke zwangerschap of een levenshouding van 'telkens maar willen zorgen voor anderen'. Opmerkelijk is dat 80 procent van de CVS-patiënten vrouwen zijn. Dat wijst volgens Van Houdenhove op sociale en hormonale factoren.
In januari 2005 schreef Van Houdenhove mee aan een advies van de Gezondheidsraad. Daarin stelde de raad dat totale rust de klachten uiteindelijk in stand houdt. “CVS-patiënten moeten het advies krijgen te doen wat ze nog kunnen, zo nodig na aanpassing van werk(tijden) in overleg met de bedrijfsarts.” De spreuk ‘rust roest’ is de rode draad in het advies.
Burnout: uitputting, cynisme en onbekwaamheid
Burnout, één op de tien heeft er last van. De Amerikaanse psychotherapeut Christina Maslach introduceerde de term begin jaren '70. Burnout verdeelt ze onder in drie samenhangende factoren. Uitputting, cynisme en verminderde persoonlijke bekwaamheid.
Op 7 maart hield psychotherapeut Carien Karsten een lezing over het onderwerp op uitnodiging van Studium Generale. Haar boek 'Omgaan met burnout' (2004) leidt ze alsvolgt in: "Van de ene dag op de andere verander je van een enthousiaste en gewaardeerde werker in een geestelijk wrak: cynisch, lusteloos en zonder perspectief." Met cynisch wordt bedoeld dat men afstand neemt van het werk en collega's. Persoonlijke onbekwaamheid, de term van Maslach, zou zich uiten in het gevoel dat men minder goed presteert dan in het verleden het geval was. Karstens boek maakt duidelijk dat bepaalde arbeidsomstandigheden ongemerkt tot chronische stress en daardoor tot uitputting kunnen leiden. In ‘Omgaan met burnout’ laat ze ervaringsdeskundigen aan het woord, tekenend hierbij is de volgende passage: “Ik foeterde en mopperde maar. Liep boos over de afdeling te klagen over de directeur en de werkdruk. Zo kende ik mezelf niet. Ik was veranderd van een supergestructureerd, hardwerkend mens in een chaoot. Ik had het gevoel dat er niets meer uit mijn handen kwam. Ik was niet meer effectief. Ik vergaloppeerde me, investeerde veel te veel in situaties en in mensen.”
Onbegrepen ziektes: RSI, CVS en burnout
RSI, CVS en burnout. Wie hebben er last van, en wat is het ziektebeeld eigenlijk? Gaat het om modekwalen of hebben deze onbegrepen ziektes wel degelijk bestaansrecht? Deskundigen leggen het uit.
Door Steven de Jong
RSI, voluit Repetive Strain Injury, is een aandoening waar 3,2 miljoen werkenden volgens TNO Arbeid last van hebben. Het betreft niet alleen maar beeldschermwerkers. Ook lassers, musici en mensen achter de lopende band hebben er last van. En kappers, maar liefst 49 procent.
RSI: het symptoom kent de oorzaak niet
RSI is dus meer dan een 'muisarm'. "Het is absoluut geen beeldschermklacht", verduidelijkte osteopaat Jules de Kort op Saxion Hogescholen in Deventer tijdens een lezing georganiseerd door Studium Generale. De alternatief genezer spreekt liever van CANS (Complaints of Arm, Neck and Shoulder). "RSI als zodanig bestaat niet, maar is te beschouwen als compensatieverlies." Compensatieverlies treedt volgens hem op als het lichaam niet in staat blijkt zichzelf te herstellen. De Kort onderzoekt zijn patiënten dan ook op de beweeglijkheid van hun lichaamsweefsels, en kijkt op de tweede plaats pas naar houdingscorrectie. Zo bleken de nek- en schouderklachten van één van zijn patiënten verband te houden met een fietsongelukje van 40 jaar geleden. Ook let hij op iemands eet- en leefstijl. “Als je op een avond anderhalve liter koffie drinkt, vraag je om problemen.”
TNO-onderzoeker Kiem Thé, de andere spreker op de bijeenkomst, gelooft ook niet dat het alleen aan de stoeltjes en tafeltjes ligt. In verwijzing naar het onderzoek van haar collega Swenneke van den Heuvel wijst ze op de psychosociale oorzaken: hoge taakeisen, weinig steun van de collega’s, overmatige betrokkenheid bij het werk, weinig pauzes nemen. "Deze factoren kunnen een volledig zelfstandige rol spelen in de ontwikkeling van RSI."
CVS: het chronisch vermoeidheidssyndroom
Dertigduizend mensen hebben er last van. Maar net als RSI en burnout, wordt het maar moeilijk als zelfstandig ziektebeeld erkend. We hebben het over CVS, ofwel het chronisch vermoeidheidssyndroom.
Professor Boudewijn van Houdenhove liet in een lezing van Studium Generale op 16 februari zijn licht schijnen over de onbegrepen ziekte. Hij legde uit dat het bij CVS in hoofdzaak gaat om een klinisch vastgestelde, onverklaarbare, voortdurende of steeds weerkerende vermoeidheid of uitputting die zes maanden of langer duurt. De vermoeidheidsklachten gaan gepaard met pijn, slaap- en concentratieklachten. Bij mensen die aan deze syndromen lijden, wordt meestal geen lichamelijke verklaring gevonden.
Ondanks de nevel waarin CVS gehuld is, zegt Van Houdenhove het etiket CVS "wel nuttig" te vinden. De patiënt wenst een diagnose-label, aldus de psychiater. Aan de hand van voorbeelden maakt Van Houdenhove duidelijk dat bij CVS ook psychosociale factoren meespelen. Bijvoorbeeld een posttraumatische ervaring, een moeilijke zwangerschap of een levenshouding van 'telkens maar willen zorgen voor anderen'. Opmerkelijk is dat 80 procent van de CVS-patiënten vrouwen zijn. Dat wijst volgens Van Houdenhove op sociale en hormonale factoren.
In januari 2005 schreef Van Houdenhove mee aan een advies van de Gezondheidsraad. Daarin stelde de raad dat totale rust de klachten uiteindelijk in stand houdt. “CVS-patiënten moeten het advies krijgen te doen wat ze nog kunnen, zo nodig na aanpassing van werk(tijden) in overleg met de bedrijfsarts.” De spreuk ‘rust roest’ is de rode draad in het advies.
Burnout: uitputting, cynisme en onbekwaamheid
Burnout, één op de tien heeft er last van. De Amerikaanse psychotherapeut Christina Maslach introduceerde de term begin jaren '70. Burnout verdeelt ze onder in drie samenhangende factoren. Uitputting, cynisme en verminderde persoonlijke bekwaamheid.
Op 7 maart hield psychotherapeut Carien Karsten een lezing over het onderwerp op uitnodiging van Studium Generale. Haar boek 'Omgaan met burnout' (2004) leidt ze alsvolgt in: "Van de ene dag op de andere verander je van een enthousiaste en gewaardeerde werker in een geestelijk wrak: cynisch, lusteloos en zonder perspectief." Met cynisch wordt bedoeld dat men afstand neemt van het werk en collega's. Persoonlijke onbekwaamheid, de term van Maslach, zou zich uiten in het gevoel dat men minder goed presteert dan in het verleden het geval was. Karstens boek maakt duidelijk dat bepaalde arbeidsomstandigheden ongemerkt tot chronische stress en daardoor tot uitputting kunnen leiden. In ‘Omgaan met burnout’ laat ze ervaringsdeskundigen aan het woord, tekenend hierbij is de volgende passage: “Ik foeterde en mopperde maar. Liep boos over de afdeling te klagen over de directeur en de werkdruk. Zo kende ik mezelf niet. Ik was veranderd van een supergestructureerd, hardwerkend mens in een chaoot. Ik had het gevoel dat er niets meer uit mijn handen kwam. Ik was niet meer effectief. Ik vergaloppeerde me, investeerde veel te veel in situaties en in mensen.”
Geen opmerkingen:
Een reactie posten